written by
Pieter Morisse

Blijf klein in eigen ogen

Podcast - Oog in oog met God 8 min , November 12, 2022

Als gelovige in de wereld moeten wij klein blijven in eigen ogen en niet denken dat het allemaal door onszelf komt. Laat ons God ten alle tijde de eer geven. Wij moeten kunnen erkennen dat God de Allerhoogste is. Dit is wat we leren uit het leven van koning Nebukadnezar, zoals beschreven in het boek Daniël.

De laatste weken heb ik gesproken over hoe we als gelovige en als kerk in de wereld staan. We gaan vandaag ook verder met dit thema en nog steeds vanuit het boek Daniël.
Het volk van Juda was in ballingschap omdat ze God niet gevolgd hadden. En God had hen laten meenemen naar Babel. Ze hadden twee opties: ofwel zich bekeren en God volgen ofwel zich aanpassen aan het volk van Babylonië.
Daniël en zijn vrienden hielden zich vast aan Gods principes, Gods geboden en Zijn Woord. En daardoor werden zij gezegend en beschermd. En dat was niet altijd eenvoudig. Het is ook niet altijd eenvoudig om als christen in de wereld te staan en uit te komen voor je geloof, maar wij moeten het wel doen. We moeten keuzes maken en onze keuzes moeten voor Christus zijn.

Het eerste principe dat ik besproken heb is: hou vast aan Gods principes (te beluisteren op podcast).

Het tweede principe is: wees moedig en vertrouw op God (te beluisteren op podcast).

Het derde principe is: Aanbid God onder alle omstandigheden (te beluisteren op podcast).

Het vierde principe is: blijf klein in eigen ogen!

Laat ons Daniël 4 lezen over de 2e droom van koning Nebukadnezar.
In de eerste droom had Nebukadnezar een beeld gemaakt en hij wilde dat iedereen zich boog voor dat beeld.
Nu prijst hij de Heer ( v1-3). Hij, de belangrijkste koning van die tijd, is op een punt in zijn leven gekomen dat hij eer kon geven aan Wie eer toekomt, namelijk de allerhoogste God. Ook wij moeten op dat punt komen, eer geven aan Wie eer toekomt en dank zeggen aan Wie dank toekomt, namelijk de allerhoogste God.

Nebukadnezar krijgt een 2e droom, hij wil dat alle wijzen van Babel bij hem komen om de uitleg te geven over de droom. Maar eigenlijk moet hij al weten dat alleen Daniël de droom kan uitleggen ( v 6-9).
De koning vertelt de droom ( v 10-18). Daniël staat voor de koning, de koning heeft een droom en Daniël krijgt de uitleg van de Heer ( v20-26).
De koning wordt gewaarschuwd, hij krijgt een droom waarin gezegd wordt dat zijn macht zal beknot worden. Hij zal verblijven bij de dieren van het veld en hij zal gras te eten krijgen.

Daniël zegt tot de koning: Heer, breek met uw zonden en uw ongerechtigheden.

“Breek met uw zonden door gerechtigheid te betrachten en met uw ongerechtigheden door genade te bewijzen aan de ellendigen. Misschien zal er dan verlenging zijn van uw voorspoed.” ( v 27).
Je zou denken: een verwittigd man is er 2 waard.

Maar een jaar later wandelt de koning op het dak van het koninklijk paleis van Babel.
Hij zegt: is dit niet het grote Babel, dat ik als een huis voor het koninkrijk gebouwd heb, door mijn sterke macht en ter ere van mijn majesteit? (v 30)
En wat gebeurt er? Het koningschap wordt hem ontnomen, hij wordt uit de mensenwereld verstoten, hij zal gras eten zoals de dieren van het veld. Voor hoelang?
7 tijden zullen voorbijgaan, totdat u erkent dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil (v 32).

En op hetzelfde ogenblik wordt dat woord over Nebukadnezar voltrokken. Dat is de kracht van Gods Woord. En vergeet niet: Gods Woord is een tweesnijdend zwaard( v33).

Waarom moeten wij klein zijn in eigen ogen?

Omdat het zo belangrijk is dat wij niet gaan denken dat we het zijn, dat het allemaal door ons komt.
Het is een gevaar dat sluimerend aanwezig is. God zond Zijn Zoon om onze zonden op Zich te nemen. En toch zie je vaak dat een kerk goed begint, maar gaandeweg vergeet wat God gedaan heeft, omdat ze opeens beginnen te denken dat het over henzelf gaat, dat zij zo goed zijn. En uiteindelijk gaat het niet meer over Christus.

Sommigen worden gezegend, ze krijgen een positie in het koninkrijk van God, ze krijgen een grote bediening. God gebruikt hen om mensen te bereiken door evangelisatie, de gave van genezing en opeens zie je dat het over hen begint te gaan.
En wat doet God? God heeft geduld. En op een bepaald moment is Zijn geduld op en grijpt Hij in.
En dan heb je 2 opties: je kunt je bekeren of je kunt blijven vasthouden aan je denken dat het door jou is dat het gebeurt.
Het is God niet te doen om te vernietigen, maar om mensen terug te brengen naar het punt dat ze beseffen en erkennen dat God de Allerhoogste is.

En dat zien we ook bij Nebukadnezar (v 34-37).
Nebukadnezar erkent dat God de Allerhoogste is:
ik, Nebukadnezar, prijs, roem en verheerlijk nu de Hemelkoning, omdat al Zijn daden waarheid zijn en Zijn paden gerechtigheid. Hij is in staat te vernederen wie in hoogmoed hun weg gaan.

Wat kunnen wij hieruit leren?

Wij moeten God ten alle tijde eer geven en Hem danken voor alles wat Hij ons geeft.
Wij moeten kunnen toegeven dat er zonde is in ons leven en erkennen dat wij op eigen kracht niets kunnen doen.
Als we denken dat we het alleen kunnen, zijn wij verkeerd bezig, zijn we niet klein in eigen ogen, en wij denken: ik kan dat hier wel, ik heb dat hier goed gedaan.
Of het nu gaat over wat God ons geeft in ons werk of daarbuiten, het maakt niet uit. Ook in je positie in je werk moet je klein blijven in eigen ogen.

De dag dat wij onszelf belangrijk vinden, onszelf groot zien en belangrijker dan God, is de dag dat we verkeerd gaan.

God haat hoogmoed en trots.

Dat kunnen wij op verschillende plaatsen lezen in de bijbel. Ik geef jullie enkele voorbeelden.

Spreuken 8: 13.
De vreze des Heren is het kwade te haten; hoogmoed, trots en de verkeerde weg en een mond vol verderfelijke dingen haat ik.
Hoogmoed is groot zijn in eigen ogen. Hoeveel mensen gaan er niet weg van God door hoogmoed en trots. Ze denken dat ze zelf hun redding bewerkstelligd hebben. Dan zeggen ze eigenlijk: God, Je hebt wel Jezus Christus gegeven maar eigenlijk kon ik dat zelf. Wat een hoogmoed!

Ook in Spreuken 16: 18-19 spreekt God over hoogmoed.
Trots komt vóór de ondergang, en hoogmoed komt vóór de val. Het is beter met zachtmoedigen nederig van geest te zijn, dan de buit met hoogmoedigen te delen.
Nederig van geest wil zeggen: klein blijven in eigen ogen.
Ook in de bergrede spreekt Jezus daarover, Mattheüs 5:3, zalig zijn de armen van geest, want hen is het koninkrijk der hemelen. De armen van geest zijn de nederigen van geest, diegenen die klein blijven in eigen ogen.
Laten wij arm van geest zijn, laten wij klein zijn in eigen ogen en steeds Gods raad en advies zoeken in alles. Wij hebben God en Zijn genade nodig en wij hoeven niet te roemen in onszelf.

Maar wie roemt, laat hij roemen in de Heer.

Dit kunnen we lezen in 2 Korinthe 10: 12-13, 17-18.
Zowel binnen als buiten het koninkrijk van God moeten wij niet roemen in onszelf, want elke gave die wij gekregen hebben, hebben wij gekregen van de Heer.
De wereld doet dat niet, de wereld zet zichzelf continu in de kijker.
Wat hebben wij dat wij niet hebben ontvangen? En als je het ontvangen hebt, waarom roem je alsof je het niet ontvangen hebt? Als de Heer je iets geeft, waarom doe je dan alsof je het niet gekregen hebt? ( 1 Korinthe 4: 7).

Romeinen 5: 2-3.
Wij roemen in de hoop dat wij vervuld zijn van Gods kracht, van Gods Geest, van Zijn heerlijkheid en dat wij in Zijn heerlijkheid mogen zijn tot in alle eeuwigheid.

Paulus zegt: ik zal mij volstrekt niet beroemen op iets anders dan op het kruis van Jezus Christus ( Galaten 6: 14).
En lees ook 2 Korinthe 12: 1, 7-9. Het gaat niet over hoe krachtig wij zijn, wat wij allemaal kunnen, maar over de kracht en almacht van God.
Want wanneer ik zwak ben, ben ik machtig. Waarom? Omdat de Almachtige God aan het werken is, en niet wijzelf. Wij moeten zwak zijn opdat de kracht van Christus in ons komt wonen.

Lees ook 1 Korinthe 1: 25, 30-31.
Als wij roemen, laten wij roemen in de Heer. Niet ik heb dat goed gedaan, maar dank U Heer dat U mij geholpen hebt om dat te doen. Dank U voor de gaven die U mij gegeven hebt en het verstand en het doorzettingsvermogen om die gaven te ontwikkelen. Dank U Heer voor al de zegeningen. Kijk niet naar wat je niet hebt maar wees tevreden met wat je hebt.

Wat kunnen wij doen?

Laten wij roemen in Christus en laten wij roemen in het het feit dat Christus voor ons gestorven is aan het kruis, opgestaan is uit de dood en dat wij daardoor levend gemaakt zijn en dat wij leven ontvangen in overvloed.
Als je enkel en alleen in de Heer roemt, dan komen er stromen van levend water. Moeten we daar iets voor doen? We moeten enkel in Hem geloven en zelfs dat is een gave van God.
Laten wij klein blijven in eigen ogen. Laten we zwak zijn opdat we machtig mogen zijn in Hem.

Wat God ons ook geeft, zegen, positie, redding, talenten of gaven, dat is zijn cadeau aan ons, het is niet onze verdienste.
Laten wij klein blijven in eigen ogen en eer geven aan de Allerhoogste God. Eer aan de Vader in de hemel, Zijn Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest die Hij stuurt om ons te helpen.

Laten wij eer geven aan Wie eer toekomt en dank aan Wie dank toekomt. Laten wij zwak zijn en klein in eigen ogen.
Eens je erkent dat God Heer is, wees voorzichtig om je zelf eer toe te kennen, want hoogmoed komt vóór de val.

Kijk naar Nebukadnezar. Hij zegt eerst “ kijk wat God gegeven heeft” en dan “ ik heb dat toch goed gedaan”. En het was voorbij, hij zat gras te eten. Totdat hij erkende dat het door God was en dan kwam het terug in orde.
God geeft ons een tweede kans, maar je moet ze wel grijpen. Als je dan vasthoudt aan het roemen in eigen kunnen, dan is het voorbij.

Blijf klein in eigen ogen. Dat is hoe we als gelovige in de wereld kunnen staan.
Laten wij eer geven aan Wie eer toekomt en dank aan wie dank toekomt.

roemen hoogmoed trots danken eren