written by
Pieter Morisse

Aanbid de Heer onder alle omstandigheden

Podcast - Oog in oog met God 7 min , November 5, 2022

Ondanks alle omstandigheden bleven Daniël en zijn 3 vrienden God aanbidden en vereren. God redde hen uit de vuuroven en de leeuwenkuil. En het resultaat was dat de koning het bevel gaf in zijn koninkrijk om de levende God te aanbidden. De God die verlost en redt, de God van tekenen en wonderen, van wie Zijn heerschappij duurt tot in eeuwigheid. Wat een machtige God hebben wij! Laten wij God op de eerste plaats zetten en laat niets ons afleiden van het dienen van de Heer.

Vanuit het boek Daniël hebben wij al gezien dat wij moeten vasthouden aan Gods principes, namelijk Zijn geboden. Wij moeten van God houden met al wat in ons is en van onze naaste als van onszelf. En Zijn principes veranderen nooit. Wij moeten ons, als gelovige in de wereld maar niet van de wereld, daaraan vasthouden en daar niet van afwijken.

Het tweede principe is dat wij moeten vertrouwen op God en moedig zijn.
Als wij als individu geloven, moeten wij ook als kerk aan elkaar hangen. Wij zijn Gods familie en wij moeten samen het aangezicht van de Heer zoeken in alle omstandigheden, en dit om barmhartigheid te verkrijgen.

Een volgend principe is dat we God altijd moeten blijven aanbidden.

In het boek Daniël hebben we daar 2 sprekende voorbeelden van.

Laten wij Daniël 3: 1-15 lezen.
Koning Nebukadnezar liet een gouden beeld maken, dat iedereen moest aanbidden.
De straf voor het niet aanbidden van het beeld was dat die persoon in de vuuroven zou geworpen worden.
Chaldeeuwse mannen kwamen bij Nebukadnezar om Sadrach, Mesach en Abed-Nego te beschuldigen dat zij het bevel van de koning niet opvolgden. zij zeiden: Uw goden vereren zij niet, en het gouden beeld dat u hebt opgericht aanbidden zij niet.

Stel je voor dat je zelf in die situatie komt. Er wordt van jou iets verwacht die tegen God ingaat. En de druk is niet klein, want iedereen moet het doen. Er wordt van jou verwacht dat je iets aanbidt als god die niet onze God is. En je weet ook, als je dat niet doet, dat je leven in gevaar is.
Ik denk dat de meeste van ons nog niet in zo’n situatie geweest zijn. Maar die situaties zijn niet abnormaal, ook vandaag. Er zijn zoveel landen waar mensen niet openlijk hun geloof kunnen belijden.
Daarom is het zo belangrijk dat wij, in een land waar dat wel kan, ons niet verbergen.

Wij zullen uw goden niet vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, zullen wij niet aanbidden.

Vers 16-18.
Sadrach, Mesach en Abed-Nego staan voor de koning, de machtigste man van die tijd. Hij had een gigantisch koninkrijk en de 3 vrienden van Daniël zeggen eigenlijk: jij bent misschien de machtigste, maar wij aanbidden en vereren onze God. En of dat ons leven kost of niet, dat maakt ons niet uit. Maar wij zullen enkel God aanbidden en niets anders.

Vers 19-22.
Nebukadnezar was zo kwaad dat hij de opdracht gaf om de oven zevenmaal heter te stoken. De drie mannen werden gebonden en door sterke mannen uit het leger in de brandende oven geworpen. Het vuur van de oven was zo heet, dat de mannen van de koning stierven op het moment dat ze de 3 vrienden in het vuur gooiden.

Vers 23-28.
De 3 vrienden wilden alleen God aanbidden, geen afgod, geen mens, geen beeld, geen ding. Het resultaat was dat ze in de vuuroven werden geworpen, maar ook dat ze er levend uitkomen, want God heeft hen beschermd.

En Nebukadnezar zegt zelf: geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego, die Zijn engel heeft gezonden en Zijn dienaren heeft verlost, die op Hem hebben vertrouwd, het bevel van de koning hebben weerstaan en hun lichaam hebben overgegeven, omdat zij geen enkele god wilden vereren dan hun God.

Plaats uzelf eens in hun situatie. Wat zou jij doen?
Dat is wat God van ons verlangt, dat wij in Hem geloven, Hem aanbidden en vereren en niemand anders.
Waren ze nu gestorven of niet, het zou een getuigenis zijn van de Eeuwige God. Maar hier heeft God hen beschermd.

Wat een getuigenis!

De houding van de 3 vrienden was: wat er ook met ons gebeurt, het maakt niet uit, wij aanbidden en vereren onze God.
En het resultaat is dat Nebukadnezar zelf de God van Sadrach, Mesach en Abed-Nego prijst en dat hij een bevel uitvaardigt.
Nebukadnezar had een reusachtig koninkrijk, niemand durfde tegen hem in te gaan, en hij zegt: er is geen andere god die zo redden kan.

Het toont dat wij God op de eerste plaats moeten zetten, dat wij Hem moeten vereren boven alles, ook al kost het ons iets.
Het kostte Jezus ook iets om naar deze aarde te komen en naar het kruis te gaan. Maar Hij deed het omwille van de vreugde die vóór Hem lag.

Ondertussen is koning Darius aan de macht.

Laten wij Daniël hoofdstuk 6 lezen.

Vers 4.
Er was een uitzonderlijke geest in Daniël en de koning overwoog om hem over het hele koninkrijk aan te stellen.

Vers 5.
De rijkbestuurders en de stadhouders zochten naar een grond voor een aanklacht tegen Daniël, maar zij konden die niet vinden. Tenzij wij iets tegen hem vinden in de wet van zijn God.
Als je in de Geest van God wandelt, dan kan het gebeuren dat God jou in een positie zet waarvan anderen afgunstig zijn.

Vers 7-10.
Alle machthebbers werden eensgezind om Darius een koninklijk besluit te laten ondertekenen met de volgende inhoud: al wie binnen de 30 dagen een verzoek richt aan welke god of mens ook, behalve aan de koning, zal in de leeuwenkuil geworpen worden.

Vers 11.
Daniël hoort hiervan en hij kan 2 dingen doen. Ofwel kan hij zich 30 dagen rustig houden maar dat doet hij niet. Hij gaat zijn huis binnen, in zijn bovenvertrek zijn er open vensters in de richting van Jeruzalem. Op 3 tijdstippen per dag gaat hij op zijn knieën, bidt en dankt hij voor het aangezicht van zijn God, precies zoals hij voordien had gedaan. Daniël stopt niet met God te aanbidden, ook al is er een bevel van Darius dat zegt dat hij dat niet mag doen.

Daniël wordt in de leeuwenkuil gegooid.

Vers 15-18.
Darius vraagt zich af: wat heb ik nu gedaan? Hij wilde Daniël aanstellen over heel het koninkrijk maar heeft zich in de val laten lokken waardoor Daniël nu in de problemen komt. Daniël wordt in de leeuwenkuil gegooid.

Als wij een oplossing willen voor een situatie, moeten wij zijn zoals Daniël.
Wij aanbidden en vereren onze God. Veel mensen, als ze in de problemen komen, gaan weg van God. Het is juist dan dat je God moet blijven vereren, want Hij zal je verlossen.

Uw God, die u voortdurend vereert-Hij zal u verlossen.

Vers 19-25.
De koning kon niet slapen.
Vroeg in de morgen ging hij haastig naar de leeuwenkuil en vraagt aan Daniël: Daniël, dienaar van de levende God, heeft uw God, Die u voortdurend vereert, u van de leeuwen kunnen verlossen?
De leeuwen hadden Daniël geen enkel letsel toegebracht omdat Daniël op zijn God had vertrouwd.
De mannen die Daniël openlijk hadden beschuldigd werden in de leeuwenkuil geworpen.

Vers 26-29.
De koning vaardigt een nieuw bevelschrift uit:
In heel het machtsgebied van mijn koninkrijk zal men sidderen en beven voor het aangezicht van de God van Daniël, want Hij is de levende God en houdt voor eeuwig stand. Zijn koninkrijk gaat niet te gronde, en Zijn heerschappij duurt tot het einde. Hij verlost en redt, Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op de aarde, Hij, die Daniël heeft verlost uit de klauwen van de leeuwen.

Wij aanbidden en vereren onze God.

We zien Daniël en zijn 3 vrienden, Sadrach, Mesach en Abed-Nego die er niet voor terugdeinzen, in welke situatie dan ook, om God te blijven aanbidden. Ze gaan niet af van het feit dat Hij hun God is, de levende God, wat de gevolgen ook zijn.
Wat is er erger? Iets anders aanbidden dan God en daardoor blijven leven of God alleen aanbidden en daardoor misschien je leven verliezen? Bij het tweede kom je vóór de Eeuwige God, kom je vóór de Vader en Hij zegt: trouwe dienaar.

Het is belangrijk dat wij God niet verloochenen maar vasthouden aan Hem, in elke omstandigheid. Dat wij tonen dat wij horen tot de familie van God, dat wij Zijn kinderen zijn en dat wij in Hem alleen geloven. Dat wij Hem aanbidden, geen afgoden, geen dingen die ons afleiden van de Heer.
God komt eerst, niets mag ons afleiden van het dienen van de Heer.
En God is getrouw.

God aanbidden vereren dienen God redt God beschermt