written by
Pieter Morisse

Leer zoals Thomas te zijn!

Podcast - Oog in oog met God 6 min , September 24, 2022

Men zegt soms: wat ben jij toch een ongelovige Thomas.
Betekent dit dat Thomas niet geloofde? Neen, want Thomas was één van de 12 discipelen, die dichter bij Jezus stonden.
De vraag is dus of Thomas wel zo ongelovig was als wij denken.

Jezus riep Zijn 12 discipelen bij zich.

Dat lezen wij in Mattheüs 10: 1-8.
Thomas was één van de 12 discipelen, die Jezus uitgekozen had. Hij roept Zijn discipelen bij Zich en geeft hen de macht om onreine geesten uit te drijven en om iedere ziekte en elke kwaal te genezen. Deze 12 zond Jezus uit en Hij gebood hen te prediken dat het Koninkrijk der hemelen nabij was gekomen.
Thomas was bij hen. Zo ongelovig kan hij toch niet geweest zijn.
Maar Thomas wordt heel dikwijls in een negatieve context gezien.

In de evangeliën van Mattheüs, Markus en Lukas zien we niet zoveel over Thomas, enkel dat hij één van de 12 was.
Maar in het evangelie van Johannes zien we op 3 plaatsen iets over Thomas. Hier kunnen we Thomas beter leren kennen.

De Joden wilden Jezus stenigen.

Johannes 10: 22-42.
Jezus was op het feest van de inwijding van de tempel in Jeruzalem. Hij had gesproken over Zijn Vader en Hij had gezegd: Mijn Vader en Ik zijn één.
Als je deze passage leest zal je de omstandigheden, waarin Thomas een leerling van Jezus was, zien.
Thomas volgde Jezus. Jezus sprak in de tempel, ook op andere plaatsen. Wat Hij sprak, viel niet in goede aarde bij de Joden. Ze wilden Hem stenigen. Waarom? Omdat ze zeiden dat, wat Jezus sprak, godslastering was. Want Jezus zei dat Hij de Zoon van God was.

Thomas was heel loyaal aan Jezus.

Johannes 11: 1-16.
Het bericht kwam dat Lazarus ziek was. Jezus bleef nog 2 dagen op de plaats waar Hij was. Ondertussen was Lazarus gestorven.
Jezus zei: laten wij weer naar Judea gaan. Dat is, terug naar de plaats waar ze Hem probeerden te stenigen. In al die omstandigheden van vervolging zei Thomas tot zijn medediscipelen: laten ook wij gaan om met Hem te sterven (v 16).
Thomas was enorm loyaal aan Jezus. Hij was bereid om samen met Jezus te sterven, ook al moesten ze terug gaan naar die plaats. Namelijk de plaats waar Jezus enkele dagen voordien bijna gestenigd werd. En toch zegt Thomas: wij gaan met Hem mee.

Thomas wil bij Jezus blijven.

Johannes 13: 33-38.
Johannes 14: 1-6.
Jezus zegt: Ik ga heen. De discipelen zijn bedroefd.
Ik ga heen en Ik zal een plaats voor u klaarmaken. Waar Ik heenga, weet u en de weg weet u.
En op dat moment zegt Thomas: Heere, wij weten niet waar U heengaat, en hoe kunnen wij de weg weten? Thomas wil bij Jezus blijven, hij wil niet weg van Jezus.
En als hij dan toch afscheid moet nemen van de Heer voor een korte tijd, dan wil hij weten waar Hij heengaat en hoe hij bij Hem kan geraken.

Jezus zei tegen Thomas: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
Waar Ik heenga, daar zal je komen via Mij.

Thomas vraagt Jezus om uitleg.

Johannes 14: 1-6.
Thomas was één van de discipelen van Jezus. Hij volgde Jezus 3 jaar lang door alle omstandigheden heen. Hij liet alles vallen om Jezus te volgen en was bereid zijn leven te geven voor zijn Heer.

En als hij iets niet begreep, dan vroeg hij aan de Heer om het uit te leggen. In die zin moeten we meer zoals Thomas zijn. Namelijk dat wij ons leven voor de Heer willen geven en als wij iets niet begrijpen, dat wij het Hem vragen.
Thomas vraagt aan de Heer: leg het mij uit, ik begrijp niet waar U naartoe gaat en ik begrijp niet hoe ik daar kom.

Christen-zijn wil niet zeggen dat we alles begrijpen. Maar het gaat over geloof in de Zoon van God en ons leven in Zijn handen leggen.

Jezus verschijnt eerst aan Maria Magdalena en daarna aan de discipelen.

Johannes 20: 11-18.
Johannes 20: 19-25.
Na de kruisdood en de verrijzenis van Jezus waren de discipelen op een plaats bijeengekomen uit vrees voor de Joden en de deuren waren gesloten Jezus kwam en stond in hun midden en zei tegen hen: vrede zij u.

Thomas was niet aanwezig bij hen ( v 24 ). De anderen waren in een afgesloten plaats en Thomas liep daarbuiten ergens rond.
Toen Thomas bij hen kwam, zeiden de andere discipelen: wij hebben de Heer gezien.
Maar Thomas zei: als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven.
En zo is Thomas de geschiedenis ingegaan als ongelovige Thomas.

Maar wat zegt Thomas eigenlijk?
Hij zegt: het is goed en wel dat jullie dat gezien hebben, maar ik wil het ook zien. Als ik niet kan doen wat jullie gedaan hebben, zal ik beslist niet geloven dat Jezus verrezen is.

Het gaat niet over het feit of hij gelooft in Jezus, maar over het feit dat hij onzeker is over het feit dat Jezus wel degelijk verrezen is.

Mijn Heere en Mijn God.

Johannes 20: 26-31.
Thomas wilde het wel geloven, maar hij wilde het met eigen ogen zien en met eigen handen voelen dat Jezus verrezen was.
Er is een groot onderscheid tussen onzekerheid en niet willen geloven.

Het mooie in dit verhaal is dat Jezus helemaal niet veroordeelt.
Jezus komt en Hij zegt tegen Thomas: kom hier en bekijk Mijn handen en steek uw hand in Mijn zij, en wees niet ongelovig maar gelovig.
Jezus komt naar hem toe op dat moment van twijfel en antwoordt op de uitspraak die Thomas 8 dagen vroeger gedaan heeft.

En wat is de respons van Thomas? Hij zegt: Mijn Heere en Mijn God.
Thomas hoefde Zijn handen niet meer te zien of Zijn zij aan te raken. Het antwoord van Jezus was voldoende.
En Thomas bevestigt op dat moment Zijn geloof in Jezus Christus. Niet allen in Zijn Heer die hij volgde vóór Zijn dood maar ook het feit dat Jezus de Zoon van God is.

Wat leren we van Thomas?

Thomas was bereid zijn leven te geven voor de Heer. Hij werd, samen met de andere discipelen, door Jezus uitgestuurd om wondere werken te doen.
Het was Thomas die wilde weten waar Jezus naartoe ging. Hij wilde niet weg van Jezus, hij wilde bij Hem blijven. Thomas was diegene die Jezus echt terug wilde zien.
Hij had wel degelijk geloof en zijn geloof werd bevestigd op het moment dat hij de verrezen Heer terug zag. En op dat moment roept hij uit: mijn Heer en Mijn God.

Wat betekent dit voor ons?

Wij moeten allemaal tot het punt komen dat wij kunnen uitroepen zoals Thomas: Mijn Heer en Mijn God.
Mijn Heer wil zeggen: ik geef mijn leven aan U over.
Mijn God wil zeggen: ik belijd dat Jezus de Christus is, de Zoon van God.
En als we dat geloven, zullen we leven hebben in Zijn Naam. Dat is de belofte die God ons doet. Het gaat niet enkel over Hem belijden als Heer, maar ook over Hem belijden als God.

Het verhaal van Thomas is een mooi voorbeeld van hoe wij als christen kunnen zijn.
Namelijk:
1. bereid zijn ons leven neer te leggen.
2. als we iets niet begrijpen, de Heer vragen om ons wijsheid te geven.
3. op het moment dat Jezus tot ons spreekt, dat we geloven, en dat dat voldoende is.

discipel zijn loyaal wijsheid van God verrijzenis wijsheid mijn Heer Heer Zoon van God