written by
Pieter Morisse

Geloof zoals Mozes

Podcast - Oog in oog met God 6 min , October 16, 2022

God wil Mozes en niemand anders om Zijn volk uit Egypte te leiden. Mozes hoeft niet te leunen op zijn eigen vaardigheden, want God zegt “Ik ben de Heere, Ik zal het doen.” Het enige wat Mozes moest doen was wandelen in geloof. Dit is het soort geloof dat wij ook mogen hebben: een geloof zoals Mozes.

Wist je dat Mozes al 80 jaar oud was toen Hij door God geroepen werd om het volk Israël uit Egypte te leiden? Is dat geen aanmoediging voor jou?
Tot zijn 40 jaar verbleef hij in Egypte aan het hof van de Farao. Hij moest vluchten en dwaalde toen 40 jaar met zijn kudde in de woestijn.
We kennen allemaal het verhaal van de brandende doornstruik. We zien dat God die doornstruik gebruikt om Mozes te roepen en hem te brengen op het pad dat de Heer voor hem gepland had.
Mozes had allerlei excuses om te ontkomen aan deze grote opdracht. Maar God wilde Mozes en alleen Mozes voor deze taak.

Telkens opnieuw zien we dat er geloof vereist is. We zien ook dat het belangrijk is om te luisteren naar de stem van God, naar wat God te zeggen heeft en te doen wat God zegt.

Laten we even naar Exodus gaan.

In Exodus 4 kunnen we zien hoe de Heer Mozes uitrust met wondertekenen om eerst naar Gods volk te gaan en daarna naar de Farao.
We lezen ook de reactie van Mozes (v 10-13). Ik denk dat, als we eerlijk zijn, wij onszelf kunnen herkennen in Mozes. Mozes blijft argumenteren. Hij begreep het niet. God wilde niemand anders, Hij wilde Mozes.

Hetzelfde geldt voor ons. God heeft een plan. Hij heeft ons geroepen om Hem te volgen, om in geloof te wandelen maar ook om het goede nieuws te verkondigen.
En wij kunnen zeggen: Heer, ik ben een man of vrouw van weinig woorden. Maar dan hebben we nog niet begrepen waarover het gaat.
Maar God zegt: Ik zal Zelf met uw mond zijn, en u leren wat u spreken moet.
Dit zien we terugkomen bij de apostelen. Jezus zegt tegen hen: Ik zal bij u zijn, de Geest zal u geven wat te spreken.

We hoeven niet te vertrouwen op onze eigen vaardigheden.

De bedenking die Mozes maakt is: ik kan niet spreken.
God wordt kwaad maar Hij verandert niet van gedacht.
Hij zegt niet: als jij niet wilt zal ik Aaron nemen. God zegt: Ik stuur Aaron, maar Ik spreek tot jou, Mozes. En jij, Mozes, spreekt tot Aaron en zegt wat hij moet zeggen.
Mozes en Aaron spreken tot het volk, zij doen de tekenen die God gegeven had en op dat moment gelooft het volk (v28-31).

God roept Mozes en zegt: je zult Mijn volk uit Egypte leiden. Ga naar het volk, toon aan hen dat Ik tot u gesproken heb. Ga naar de Farao en zeg: laat Mijn volk gaan en ik denk dat Mozes dacht: OK, ik heb daar niet veel goesting voor, maar ik zal het maar doen samen met Aaron, en zij gaan op weg.
Mozes had een beeld: ik ga naar het volk ,ik ga naar Farao en het komt in orde.
Mozes had bepaalde verwachtingen maar het liep niet zoals hij dacht.

Als de zaken niet verlopen zoals we willen, ga naar God.

Als je denkt, ik zie het niet, God doet het niet, dan heb je 2 opties.
Ofwel ga je je eigen weg ofwel doe je zoals Mozes en ga je naar God toe. Je kunt God vragen waarom het zo gebeurt en je kunt Hem ook vragen om er iets aan te doen. En God antwoordt.
De constante in de interactie tussen Mozes en God is dat God steeds spreekt.
Maar de constante is ook dat Mozes steeds teruggaat naar God en vertrouwt op wat Hij zegt.
We zien dat niet alles verloopt zoals verwacht (hoofdstuk 5).

De les die we zien doorheen dit verhaal.

Mozes leert om niet op zijn eigen vaardigheden te leunen.
God kan alles. God kon zijn gebrek wegnemen, maar God doet dat niet. En toch gebruikt God Mozes.
Ook wij kunnen excuses hebben en zeggen: ja maar, ik kan dat niet, ik heb daar geen talent voor. Dat is de gemakkelijke oplossing.
De weg die Mozes koos was niet de gemakkelijkste weg. De gemakkelijkste weg was te blijven ronddwalen in de woestijn met zijn schapen, hij was daarmee vertrouwd.

Dit is zo herkenbaar. God vraagt iets en je zegt: “ik kan dat niet hoor, ik heb daar geen talent voor”. En God zegt: doe het toch maar.

De farao is niet bereid om het volk te laten gaan.

Mozes vraagt aan God: waarom zou de farao naar mij luisteren?
Het heeft niets te maken met Mozes, met wat hij kan of niet kan, maar met God. God heeft gezegd “Ik ben de Heere”, “Ik zal het doen, Ik zal het hart van de farao verharden en mijn tekenen en wonderen in het land Egypte talrijk maken” en dat is de reden dat de farao zal luisteren.

We zien uiteindelijk dat Mozes beseft dat het de Heer is die het zal doen.
God had Mozes tot het punt gebracht waar hij besefte dat het niet om zijn vaardigheden of zijn gebreken ging, maar om wie God is. Dat het gaat om wat God kan doen, hoe God kan werken en wat God wil.

Dat is het punt waartoe elk van ons moet komen.

Het gaat niet om onze natuurlijke vaardigheden.
Kan God die gebruiken? Ja. Vraagt God dat wij die in dienst van Hem stellen? Absoluut.
Maar God vraagt ook dingen van ons die niet zo comfortabel zijn.
Wij moeten beseffen: God is de Heer, God kan het doen. Het is God die werkt en het is Gods wil die moet gebeuren

Mozes vertrouwt uiteindelijk volledig op de Heer.

Steeds opnieuw gaat Mozes terug naar de Heer. We zien doorheen alle plagen, doorheen alle tekenen en wonderen die gebeuren, dat God steeds spreekt en dat Mozes gehoorzaamt. Mozes is tot het punt gekomen dat zijn geloof groter is dan zijn natuurlijke vaardigheden. Op het punt waar zijn geloof de overhand neemt en krijgt, waar zijn geloof in de Heer bepaalt wat hij doet en wat hij spreekt.

En dat is ook Gods doel voor ons, dat wij geloof hebben en dat wij ons vertrouwen op Hem stellen. Wij zijn beperkt maar God kan alles.

We zien dat God zich stap voor stap openbaart aan Mozes en iedere keer is er een stap in geloof nodig.

En ook voor ons is alles mogelijk.

En ook voor ons is alles mogelijk maar het vereist dat wij 1. naar God toegaan 2. dat wij geloof hebben in de Almachtige, meer dan vertrouwen in ons eigen kunnen en 3. dat wij vertrouwen op de wijsheid van God en Zijn wil.

We moeten verbonden zijn met de stam, we moeten in Christus zijn. En wanneer wij in Christus zijn is er geen veroordeling en wandelen wij naar de Geest. Als we geleid zijn door de Geest zijn wij kinderen van God. Dit is de essentie van Romeinen 8.

Maar opdat dit realiteit wordt in ons leven, moeten we net zoals Mozes, naar God toegaan en moeten we, net zoals Mozes, wandelen in geloof, stap per stap. En dat geloof moet sterker zijn dan het vertrouwen in ons eigen kunnen. We moeten ons laten leiden door Zijn wijsheid, door Zijn wil.

Dat is mijn wens voor elkeen van ons: dat wij de wil van God mogen kennen en dat ons geloof in de Almachtige God sterker mag zijn dan ons vertrouwen in eigen kunnen of het kunnen van anderen.

geloof tekenen naar God toegaan Ik ben de Heer vertrouwen wijsheid van God