Als je kijkt naar de wereld rondom ons vandaag, zie je woestijn, wildernis. Het leven van veel mensen is een woestijn, hun leven is droog of is een wildernis. En God belooft dat Hij een weg zal aanleggen. Hij belooft dat Hij rivieren zal scheppen in de wildernis, dat Hij water zal geven in de woestijn. God zegt aan Zijn volk: denk niet aan de dingen van vroeger. En let niet op de dingen van het verleden, zie Ik maak iets nieuws. Ik sta op het punt iets nieuws te doen, nu zal het ontkiemen. Zult u dat niet weten? Kijk Ik ben al begonnen, zie je het niet? (Jesaja 43: 16-21)
Soms kijken wij naar dingen die gebeuren en soms begrijpen wij niet wat er gebeurt. Maar één ding is zeker: God is aan het werk.
Laten wij niet alleen terugkijken maar ook vooruit kijken.
God zegt op dat moment tegen het volk van Israël: Ik sta op het punt iets nieuws te doen. Konden zij dat al zien? Neen.
Wat zij aan het doen waren was continu terugkijken naar wat de Heer gedaan had bij de uittocht uit Egypte.
De Heer had gezegd: herdenk dat. Er is niets verkeerd met terugkijken als we ook vooruit kijken.
God zegt: Ik heb machtige daden gedaan, een weg gemaakt in de zee. Ik heb de legers van Egypte doen uitrukken en onder die golven getrokken en ze zijn daar verdronken. Hun leven doofde uit als een smeulende kaarslont, het is uitgeblust als een vlaspit.
Maar God zegt: denk niet aan vroeger. Daarmee wil Hij niet zeggen: vergeet Mijn grote daden. Maar Hij zegt wel: stop met terugkijken en stop met vasthouden aan wat de vorige generaties gezien hebben van God. Elk van ons moet een ervaring met God hebben en Zijn grote daden zien.
God was bezig het plan van redding voor te bereiden.
Toen al, in de tijd van Jesaja, zei God: Ik sta op het punt iets nieuws te doen. God was bezig het plan van redding voor te bereiden.
God is toen iets nieuws begonnen en Hij is niet gestopt en het is ook niet Zijn plan om te stoppen.
En als God iets zegt, doet Hij dat ook. Zijn beloften zijn ‘ ja en amen’.
God zal een weg aanleggen in de woestijn, rivieren in de wildernis. Hij zal water geven in de woestijn, rivieren in de wildernis.
Waarom doet Hij dat? Om Zijn volk, Zijn uitverkorene te drinken te geven. God heeft een doel, Hij is iets nieuws begonnen. God zal een weg aanleggen in de woestijn, in Jezus Christus heeft Hij een weg gemaakt. Hij heeft ook rivieren gecreëerd in de wildernis en hij zal water geven in de woestijn om Zijn volk, Zijn uitverkorene, te drinken te geven.
Deze tekst spreekt zoveel hoop uit.
Wij hebben geen God die geleefd heeft en die gewerkt heeft. wij hebben een God die altijd Dezelfde is, gisteren, vandaag en in alle eeuwigheid.
En Zijn grote werken zijn niet alleen voor het verleden, maar zijn voor vandaag en voor de toekomst. Ze zijn voor elke generatie.
God spreekt tot Zijn dienaars.
Jesaja 44: 1-5.
Hier staat hetzelfde als in het vorige hoofdstuk, maar het verschil is dat God hier zegt tot wie Hij aan het spreken is ( v1).
God spreekt tot Zijn dienaars, tot diegenen die Hij uitverkoren heeft. Hij zegt tot hen: wees niet bang, mijn dienaar Jakob, Israël, Mijn uitverkorene, want Ik zal water geven om je dorst te lessen en om uw uitgedroogde velden te irrigeren ( v3).
Water staat voor leven. Als wij leven willen ontvangen moeten wij gaan naar de bron van het water des levens, namelijk Jezus Christus.
Dit is een mooie boodschap. God belooft een weg aan te leggen in de woestijn. Wij waren dood maar Hij heeft een weg gecreëerd om leven te ontvangen. Wij waren zonder leven en Hij heeft water gegeven in de woestijn en rivieren in de wildernis. Hij wil water gieten op het dorstige en stromen op het droge. En niet alleen dat, het goede nieuws is dat het niet enkel voor ons is, maar ook voor onze kinderen en hun kinderen.
Maar Hij spreekt tot Zijn dienaren.
Het leven dat wij kunnen hebben.
Dat is een leven waarbij er een weg is in de woestenij.
Wij hoeven onze weg niet te zoeken, er is al een weg, wij hoeven er alleen op te wandelen.
Wij moeten ook niet naar water zoeken, want God zegt dat Hij het zal uitgieten. Dat is een belofte.
Wat is er nodig om water te krijgen? Dorstig zijn. Als je water, dit is leven, wil ontvangen, wees dorstig. Verlang naar het leven dat de Heer kan geven. Je zult niet genoeg kunnen drinken, zoveel leven zal er komen. Je zult niet snel genoeg kunnen drinken want die stromen blijven komen. Dat is Gods belofte.
God zei: Ik sta op het punt iets nieuws te beginnen. Het is al begonnen, heb je het niet gezien?
Wij zien niet altijd wat God aan het doen is, maar we mogen ervan overtuigd zijn dat Hij iets aan het doen is.
God wil leven geven en leven in overvloed aan Zijn volk.
Hij zegt: Ik zal Mij een volk maken en zij zullen het Mijne zijn.
En dat kunnen we alleen als we Hem dienen, als we dorstig zijn en drinken.
Als wij de belofte van God willen zien in ons leven, dan moeten wij de intentie hebben om Hem te dienen en om Hem te laten regeren.
Het is maar op dat moment dat wij kunnen zeggen: ik ben van de Heere.
Ik ben de eerste en Ik ben de laatste.
Jesaja 44: 6-8.
De houvast die wij hebben is dat onze God de eerste en de laatste is en dat wij niet bang of angstig hoeven te zijn. Want Hij heeft de weg gemaakt, Hij geeft leven. Hij wil water uitgieten op het dorstige en stromen creëren op het droge.
Openbaring 21: 2-7.
God is toen iets nieuws begonnen.
Ik maak alle dingen nieuw.
Ik ben de Alfa en Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.
2 Korinthe 5: 17
Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbij gegaan, zie, alles is nieuw geworden.
Hij heeft een weg gemaakt in Jezus Christus.
God is iets nieuws begonnen en het is Gods doel om alle dingen nieuw te maken. En wij kunnen daar deel van uitmaken. We moeten enkel geloven in Jezus Christus, ons eigen leven neerleggen, ons kruis opnemen en Hem volgen.
Ik bid dat het nieuwe jaar een jaar mag zijn
- waarin wij dorstig zijn: wij moeten ons continu laven aan hetgeen Hij ons wil geven.
- waarin zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die die voor hen gestorven en opgewekt is.
God heeft ons de bediening van verzoening gegeven. En als wij Hem dienen, als wij dorstig zijn, als wij wandelen op de weg die Hij aangelegd heeft, als wij drinken van het water van de rivieren die Hij doet stromen, dan kunnen wij niet anders dan Zijn lof vertellen en Zijn getuigen zijn.
- waarin we de lof van God vertellen, waarin wij getuigen zijn van het feit dat Hij de éne God is. Als we willen leven hebben moeten we ons ten dienste stellen van Hem.
- waarin we verkwikt worden met het water des levens en kunnen overwinnen omdat we in Christus zijn.
Het enige wat wij moeten doen is belijden dat Hij de Christus is, dat Hij voor ons de Alfa en Omega is, het Begin en het Einde.
En dan kunnen wij zeggen: wij zijn van de Heere.
Laten wij Hem eren. Het gaat niet om ons, om wat wij presteren, maar het gaat over wat God gedaan heeft.
Laten wij dan ook God danken op elk moment. En niet allen danken, maar ook vertellen aan de wereld welke wonderbare God wij hebben en welk wonder we mochten ontvangen in Jezus Christus.