Van wie we zijn, namelijk van de Heer, vertaalt zich in wat we doen en hoe we zijn. Wat we doen, hoe we ons gedragen, hoe we met anderen omgaan of wat we zeggen, toont waar we staan in ons geloof in Jezus Christus. Een getuige van de Heer zijn wil zeggen dat we onze knie voor niemand anders buigen dan voor de Heer. Het wil ook zeggen dat we weten dat er geen god is buiten Hem.
Ik wil vandaag de serie afronden van hoe we als gelovige in de wereld staan. We hebben dit gedaan vanuit het boek Daniël.
Ik hoop dat we er veel zaken uit gehaald hebben die we kunnen toepassen in ons dagelijks leven.
Als we als gelovige, als kerk in de wereld staan, zijn we in de wereld maar niet van de wereld. De wereld doet dingen die wij niet doen en hecht belang aan zaken waar wij geen belang aan hechten, en omgekeerd. Het is een omgekeerd koninkrijk.
Principes om als gelovige in de wereld te staan
Er is een podcast voor elk principe. Ik nodig je uit om die te beluisteren of te lezen.
Ik herhaal nog even in het kort de principes.
In deel 1 gaat het over: Vasthouden aan Gods principes, aan Gods geboden.
Dit betekent dat we God liefhebben en onze naaste als onszelf. In die 2 geboden is de wet volledig vervat. De Heilige Geest komt ons daarbij helpen.
Deel 2 gaat over het feit dat wij mogen vertrouwen op God en moeten moedig zijn.
Wij kunnen elkaar helpen door samen het aangezicht van de Heer te zoeken.
Deel 3: Wij moeten God blijven aanbidden.
Of we nu zoals Daniël in de leeuwenkuil of zoals zijn vrienden in de brandende oven terecht komen, het maakt niet uit.
Deel 4: Blijf klein in eigen ogen.
Wij moeten eer geven aan wie eer toekomt en dank aan wie dank toekomt.
Alle talenten die we hebben komen van de Heer. Op het moment dat we denken dat talenten en zegeningen door onszelf bewerkstelligd worden, gaan we in de fout. We beginnen onszelf te verheffen boven Wie Hij is en wat Hij voor ons gedaan heeft.
We kunnen echter niets op eigen kracht.
Deel 5: We kunnen bidden, belijden en ontvangen.
Daniël bad om vergeving. Maar het startte met belijden dat er zonde was, dat er fouten waren.
En fouten worden gemaakt, maar je moet tot inkeer komen en beseffen dat je iets fout doet. De bedoeling is dat je verandert naar het beeld van Jezus Christus.
Wij moeten erkennen dat wij God nodig hebben.
De bedoeling is dat wij de wedloop lopen en kijken naar wat vóór ons ligt.
Wij moeten immers het leven leiden dat Christus voor ons bedoeld heeft, namelijk de goede werken die Hij voorbereid heeft opdat wij daarin zouden wandelen.
Het zesde principe: wees een getuige van de Heer
Wil dat zeggen dat je tegen iedereen die je tegenkomt moet zeggen dat je een christen bent? Neen, dat hoeft niet. Ik zie Daniël dat niet zeggen, maar ik zie Daniël wel dingen doen. Hij leeft zijn geloof. En voor Daniël is een getuige zijn van de Heer een uitdrukking van aan wie hij dienstbaarheid wil afleggen.
Van wie we zijn, namelijk van de Heer, vertaalt zich in wat we doen en hoe we zijn. Namelijk wat we doen, hoe we ons gedragen, hoe we met anderen omgaan, wat we zeggen, of we open zijn of niet. Deze zaken tonen waar we staan in ons geloof met Jezus Christus. Als mensen iets te verbergen hebben, weten ze heel goed dat ze op dat moment weg zijn van God.
Maar we zien in het leven van Daniël en zijn vrienden dat ze keer op keer keuzes maken. En die keuzes tonen aan aan wie ze verantwoording afleggen, namelijk aan God.
We zien het in het voorbeeld van wat ze aten en niet aten, hoe Daniël durft naar de koning toegaan, hoe hij de eer aan God geeft in de openbaring die de Heer hem geeft. We kunnen het ook vaststellen in de manier waarop Sadrach, Mesach en Abed-Nego niet willen buigen voor het beeld.
Dat is getuige-zijn, uw knie voor niemand anders dan de Heer buigen.
Vrees niet, wees een getuige van de Heer.
We zien dat Daniël en zijn 3 vrienden willen getuige zijn van de Heer en dat ze niemand vrezen behalve de Almachtige God.
Daniël kiest God boven de koning
Ook hier, in Daniël 5, zien we dat Daniël de koning niet vreest.
Daniël wordt bij de koning gebracht en de koning begint hem te prijzen en te eren. De koning belooft Daniël purperen kledij (wat heel kostbaar was in die tijd en een teken van rijkdom), een gouden keten om zijn hals en hij zou als derde heersen in het koninkrijk. Hij belooft dit als hij het schrift op de muur van het paleis kan uitleggen.
Daniël antwoordt en zegt: hou uw geschenken voor uzelf en geef uw beloning aan een ander. Hij vreest de koning niet, hij vreest enkel de Almachtige God.
Daniël legt uit aan Belsazar wat er met zijn vader Nebukadnezar is gebeurd.
God gaf hem het koningschap, grootheid, eer en majesteit. Maar toen zijn hart zich verhief en zijn geest zich verhardde in hoogmoed, werd hij van zijn koninklijke troon gestoten en zijn eer werd hem ontnomen. Totdat hij erkende dat God, de Allerhoogste, Heerser is over het koningschap van de mensen en daarvoor aanstelt wie Hij wil.
En Daniël zegt verder aan Belsazar: u hebt uw hart niet vernederd, hoewel u dit alles wist.
U hebt zich verheven tegen de Heer van de hemel. U hebt echter de God in Wiens handen uw adem is en aan Wie al uw paden toebehoren, niet verheerlijkt.
Daniël zegt eigenlijk: je hebt het gezien maar je hebt het niet toegepast.
Een getuige van de Heer zijn
Daniël en zijn vrienden waren getuigen van de Almachtige God.
Ze waren niet geïnteresseerd in wat hen dat kostte, in positie, rijkdom, geschenken, beloningen, in hun eigen leven.
Ook de profeet Jesaja zat meerdere malen in de gevangenis en toch bleef hij Gods Woord verkondigen.
Wij hoeven niet te vrezen of bang te zijn als God aan onze kant staat. Wij kunnen getuige zijn van de Heer in wat wij spreken, in wat wij doen.
We zijn niet alleen. Jezus heeft de Heilige Geest beloofd om ons te helpen.
In Handelingen1: 8 belooft Jezus de kracht van de Heilige Geest die over ons zal komen, die we zullen ontvangen en Hij zegt: u zult mijn getuigen zijn.
Net als Daniël en zijn vrienden mogen wij getuige zijn van de Heer.
Het is als christen belangrijk dat je wandelt in de Geest, dat je op elk moment van je leven in dienst staat van de Heer. En als je dan spreekt, zullen anderen begrijpen waarom je zo leeft. Maar verwacht niet van hen dat ze zich bekeren of dat ze God volgen als je niet uitleeft in je leven wat je vertelt.
Stel je voor dat de vrienden van Daniël zeiden: wij geloven in de Heer, maar wij gaan toch even knielen voor het beeld, want dat is veiliger. Dat werkt niet zo, ofwel sta je aan Gods kant ofwel sta je aan de kant van iemand ander.
Wat zijn de 2 grote uitdagingen?
Paulus zegt dit in Handelingen 20: 24.
Je nergens zorgen over maken en je leven niet kostbaar achten voor jezelf.
En waarom? Opdat ik mijn wedloop met blijdschap mag volbrengen.
Als we ons zorgen maken zijn we meestal niet blij en dat verandert meestal niet veel aan de situatie. Het enige dat de situatie kan veranderen is het aangezicht van de Heer zoeken en leven wat Hij wil voor ons.
Als je continu met jezelf bezig bent, ben je ook niet blij. Want dan ben je de hele tijd bezig met: moet ik dat nu doen of niet doen, is het gevaarlijk of niet gevaarlijk, is het dat wat de Heer wil, ik zou het liever anders doen.
Paulus had één doel: de Heer dienen. En de blijdschap die hij ontvangt omdat hij dat doet, is een blijdschap die alle blijdschap van de wereld overtreft.
En deze blijdschap mogen ook wij ontvangen.
Paulus zegt: ik maak mij nergens zorgen over. Hij komt een stad binnen, begint over God te vertellen, ze beginnen met stenen te gooien, smijten hem buiten en laten hem voor dood achter. En toch zegt hij: ik maak mij nergens zorgen over.
Paulus zegt ook: ik acht mijn leven niet kostbaar voor mezelf. Als het voorbij is, ben ik bij de Heer en ik leef in eeuwigheid.
Waarom zou ik mij zorgen maken over mijn kort leven hier op aarde?
Wij moeten ons leven niet kostbaar achten voor onszelf, opdat wij onze wandel met de Heer in blijdschap mogen volbrengen evenals de bediening die wij van Jezus Christus ontvangen hebben om te getuigen van het evangelie van Gods genade.
Vrees niet, wees een getuige van de Heer.
De Heer draagt ons op om het evangelie te verkondigen
Lees Mattheüs 28: 18-20.
Wat moeten we doen? We moeten discipelen maken en onderwijzen.
Het is niet voldoende om te evangeliseren en weer te vertrekken, we moeten hen onderwijzen.
Hoe kan iemand iets weten over de Heer?
Ze hebben de Schrift nodig, ze moeten God leren kennen. W moeten hen dopen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.
Daarom moeten we de realiteit van het leven in Christus uitgewerkt zien en hen leren in acht te nemen alles wat Hij geboden heeft.
We hebben de opdracht gekregen om een getuige te zijn. Maar wij kunnen maar getuige zijn als het geloof in Jezus Christus realiteit is in ons leven. Wat is anders de boodschap die wij brengen?
Lees Handelingen 26: 21-25.
Ik heb echt bewondering voor Paulus. Hij staat voor Agrippa en, net als Daniël en zijn vrienden, vreesde hij niet. Hij wilde een getuige zijn van de Heer, hij vreesde enkel de Heer.
Op elk moment waarop hem verantwoording werd gevraagd, getuigde hij van de Heer. Hij sprak over niets anders dan over Jezus Christus, dat Hij moest lijden, dat Hij uit de doden opgestaan was en dat Hij het licht zou zijn voor Israël en de heidenen.
Getuige van de Heer zijn heeft niets te maken met zeggen: je moet eens bij ons komen, het is een toffe kerk, je moet eens afkomen.
Getuige-zijn heeft te maken met wie we zijn, van wie we zijn, met wat we doen, hoe wij ons gedragen. En dat wij de mensen vertellen dat Jezus Christus opgestaan is uit de dood, dat Hij voor ons geleden heeft, voor ons gestorven is aan het kruis om onze zonden te vergeven.
Vrees niet, wees een getuige van de Heer!
Dat is de boodschap van vandaag.
Net zoals Daniël en zijn vrienden, net zoals Paulus en andere discipelen mogen wij een getuige zijn van de Heer, wat een voorrecht. Hij vraagt ons om getuige te zijn van de grote genade die wij ontvangen hebben in Jezus Christus.
Vrees niet, wees een getuige van de Heer.
Lees Jesaja 44: 8.
God linkt zich aan Zijn volk en Hij zegt: wees niet angstig, wees niet bevreesd, u bent mijn getuigen, is er ook een God buiten Mij?
Als wij getuige zijn van de Heer, wil dat zeggen dat we weten dat er geen God is buiten Hem, geen andere rots en dat wij enkel en alleen op Hem vertrouwen.
En in die standvastigheid, in die kennis kunnen wij door het leven gaan. We hoeven namelijk niet angstig te zijn, niet bevreesd, we hoeven geen zorgen te hebben, we hoeven ons leven niet kostbaar te achten voor onszelf, want onze God is een wonderbare God, een God die wonderen doet.
Wij mogen Hem Abba Vader noemen en wij mogen zijn kinderen zijn.
Over die Vader mogen wij vertellen dat Hij wonderbaar is en almachtig. En wij hebben de almachtige God aan onze kant.
Zo mogen wij als gelovige in de wereld staan, namelijk: God vrezende maar de rest niet vrezende, zonder angst, onbezorgd, maar als getuige van de Heer. Wij mogen getuige zijn van Zijn liefde en van de verandering die Hij in ons leven teweeg gebracht heeft. Wij mogen een getuige zijn van de Heer door wat wij doen, door wat wij zeggen en door hoe wij leven.
Vrees niet, wees een getuige van de Heer!